De wijziging per 01-01-2018 van de premieberekening voor de vrijwillige wettelijke ziektekostenverzekering
heeft veel stof doen opwaaien. In de toekomst kunnen namelijk nabetalingen van ziektekostenpremies ontstaan, waardoor het raadzaam is reserves op te bouwen om de onvoorzienbare kosten te kunnen dragen.
Maar wie wordt nu precies geraakt?
Zoals de titel al doet vermoeden, gaat het in het bijzonder om zelfstandigen die vrijwillig zijn verzekerd in een wettelijke ziektekostenverzekering (GKV).
Niet betrokken bij de nieuwe regeling zijn daarentegen zelfstandigen, …
… die particulier zijn verzekerd,
… die de maximumpremies, bijv. wegens hoge winsten, voor de ziektekostenverzekering betalen of
… die wegens lage inkomsten meeverzekerd zijn als gezinslid.
Wat verandert er nu precies?
In beginsel wordt de ziektekostenpremie van zelfstandigen berekend aan de hand van de premiegrondslag
(BMG) voor 2018 ten bedrage van EUR 53.100 per jaar, respectievelijk EUR 4.425 per maand. Bij een lagere winst geldt echter de werkelijke winst als BMG. Het bewijs wordt geleverd door de inkomstenbelastingaanslag. Echter wordt ook bij zeer lage inkomsten een minimumpremie voor de ziekte- en zorgverzekering ten bedrage van EUR 377,85 (zonder aanspraak op ziekengeld en aanvullende premie) geheven, die alleen in schrijnende gevallen nog verlaagd kan worden. Tot eind 2017 werden de premies aan de GKV berekend op basis van het inkomen dat bleek uit de laatst bekendgemaakte inkomstenbelastingaanslag, ongeacht op welk aanslagjaar de inkomstenbelastingaanslag betrekking had. Pas de bekendmaking van een nieuwe inkomstenbelastingaanslag leidde tot aanpassing van de premies; een wijziging met terugwerkende kracht was alleen voorzien voor startende ondernemers.
Vanaf 2018 verandert dit:
Ziektekostenpremies die worden berekend op basis van winsten onder de BMG worden voortaan slechts voorlopig vastgesteld. Ook hiervoor baseren de premies zich op de laatste inkomstenbelastingaanslag. Pas wanneer de werkelijke winst bekend is, worden de premies definitief vastgesteld. Wanneer de voorlopige premies aanvankelijk te laag waren, kan dit dus leiden tot een nabetaling; omgekeerd ook tot een terugbetaling.
Er moet een bewijs worden geleverd!
De ziektekostenverzekeraar moet binnen drie jaar na afloop van het betreffende kalenderjaar de inkomstenbelastingaanslag over het werkelijk in dat kalenderjaar behaalde inkomen
ontvangen. Voor het kalenderjaar 2018 dient het bewijs dus uiterlijk eind 2021 te zijn geleverd. Anders bestaat het risico dat de premies worden vastgesteld op basis van de BMG ten bedrage van EUR 53.100.
In de regel vindt de inkomstenbelastingvaststelling ongeveer een tot twee jaar na afloop van het aanslagjaar plaats. Dit heeft tot gevolg dat de premievorderingen voor de
KV pas ongeveer twee jaar na afloop van het betreffende kalenderjaar worden geïnd. Om liquiditeitsproblemen te voorkomen, is het daarom belangrijk om vooraf passende reserves te vormen.
Conclusie
In beginsel is de wijziging toe te juichen, aangezien de premies nu op basis van het werkelijke inkomen worden berekend en niet zoals voorheen op basis van eerdere jaren. De vernieuwing vraagt echter veel zelfdiscipline van de belastingplichtige met steeds stijgende winsten, omdat de te vormen reserves gedurende een langere periode niet voor andere doeleinden mogen worden besteed.
Voor uw vragen staat graag tot uw beschikking:
ANKE BÜKER
Steuerberaterin (Duitse belastingadviseur), partner
Vakadviseur voor bedrijfsopvolging (DStV e.V.)
Steffen & Partner Steuerberatungsgesellschaft
T 02871 275750
E bueker@steffen-partner.de
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Wie wordt geraakt door de nieuwe premieberekening voor de vrijwillige GKV vanaf 2018?
Het betreft zelfstandigen die vrijwillig verzekerd zijn in de wettelijke ziektekostenverzekering (GKV) en van wie de premies zijn gebaseerd op een winst onder de premiegrens. Niet geraakt worden particulier verzekerden, zelfstandigen die al de maximumpremie betalen en zelfstandigen met een gezinsverzekering en lage inkomsten.
Hoe worden de premies voor de vrijwillige wettelijke ziektekostenverzekering (GKV) voor zelfstandigen vanaf 2018 berekend?
De premies worden in eerste instantie slechts voorlopig vastgesteld op basis van de laatste inkomstenbelastingaanslag. Zodra de inkomstenbelastingaanslag voor het betreffende premiejaar beschikbaar is, volgt een definitieve vaststelling op basis van de werkelijke winst. Hieruit kunnen zowel nabetalingen als teruggaven voortvloeien.
Welke bewijsplicht bestaat er tegenover de Krankenkasse (Duitse zorgverzekeraar)?
Zelfstandigen moeten de Einkommensteuerbescheid (Duitse aanslag inkomstenbelasting) voor het betreffende kalenderjaar binnen drie jaar na afloop van dat jaar bij de Krankenkasse indienen. Voor 2018 moet het bewijs dus uiterlijk eind 2021 worden geleverd. Wordt het bewijs niet tijdig aangeleverd, dan worden de premies berekend op basis van de Beitragsbemessungsgrenze (maximumgrondslag voor de premieheffing; 2018: 53.100 EUR).
Hoe hoog is de minimumbijdrage voor de vrijwillige ziektekosten- en zorgverzekering in 2018?
De minimumbijdrage voor de ziektekosten- en zorgverzekering bedraagt in 2018 maandelijks 377,85 EUR, zonder recht op ziekengeld en zonder aanvullende bijdrage. Deze minimumbijdrage wordt ook bij een zeer laag inkomen geheven en kan alleen in schrijnende gevallen worden verlaagd.
Waarom zouden zelfstandigen reserves moeten aanleggen voor nagevorderde premies?
Omdat de definitieve premievaststelling pas plaatsvindt na ontvangst van de aanslag inkomstenbelasting, worden naheffingen doorgaans pas één tot twee jaar na afloop van het premiejaar opeisbaar. Bij stijgende winsten kunnen aanzienlijke nabetalingen ontstaan. Om liquiditeitsproblemen te voorkomen, moeten tijdig voldoende reserves worden opgebouwd en niet voor andere doeleinden worden gebruikt.