Deze zijn zeer nuttig in minder goede tijden. Er liggen echter enkele fiscale valkuilen op de loer. Daarom moeten ondernemers dergelijke afspraken vooraf gedetailleerd bespreken met hun Steuerberater (Duitse belastingadviseur) en Rechtsanwalt (Duitse advocaat).
Voor ondernemers zijn er veel mogelijkheden om zich te financieren. Wijdverbreid zijn kredieten van de huisbank, die eventueel met een borgstelling moeten worden gedekt. Er zijn echter ook financieringsalternatieven, zoals leasing of factoring, die tegenwoordig inmiddels gangbaar zijn. Uiteraard kunnen ondernemers met particuliere eigen middelen ook zelf bijspringen, namelijk met behulp van een aandeelhouderslening.
Een aandeelhouderslening is in eerste instantie positief te beoordelen, maar brengt ook fiscale risico's met zich mee, risico's in geval van een insolventie of risico's met het oog op een latere bedrijfsverkoop. Belangrijk zijn ook de punten rente, terugbetaling, zekerheidsstelling en achterstelling. Ook de gevolgen voor de balans zijn doorslaggevend: gaat het hierbij om eigen of vreemd vermogen. Zeer belangrijk is daarnaast de vraag wat er in een crisis bij een insolventie dreigt.
Hier ziet men hoe belangrijk gedetailleerde, individuele gesprekken vooraf met de Steuerberater en Rechtsanwalt zijn.
Een aandeelhouderslening is in principe voorbehouden aan kapitaalvennootschappen. De aandeelhouder hiervan kan de onderneming een lening verstrekken die onderworpen is aan de bepalingen van het Bürgerliches Gesetzbuch. Dit omvat onder meer een terugbetalingsplicht van de schuldenaar. En zolang de kapitaalvennootschap niet in een crisis verkeert, mag zij deze terugbetalingsplicht nakomen en opeisbare aandeelhoudersleningen „als normale vennootschapsverplichtingen“ terugbetalen.
Bij een aandeelhouderslening moet erop gelet worden dat deze zo wordt afgesloten als men het ook met een „onafhankelijke derde“ zou doen. De Belastingdienst toetst niet alleen het zakelijke belang van de overeenkomst, maar vooral of er sprake zou kunnen zijn van een zogenaamde „verdeckte Gewinnausschüttung“ (verkapte winstuitkering). De voorschriften van de fiscus zijn hierbij zeer streng.
Het kredietcontract moet daarom naast een aflossingsregeling die zakelijk gebruikelijk is, vooral een zakelijk gebruikelijke rentevoet voorzien. Zijn de voorwaarden te ongunstig, dan veronderstelt de fiscus een verkapte winstuitkering met als gevolg dat de door de GmbH betaalde rente weer bij de winst wordt opgeteld en dienovereenkomstig belastingen zoals bij een winstuitkering worden nagevorderd.
Bij een in de crisis verstrekte aandeelhouderslening moet de ondernemer zich ook bij de rentevoet binnen de grenzen van het gebruikelijke bewegen. Een bank zou op basis van een rating eveneens zo handelen.
Het kredietcontract moet goed gedocumenteerd zijn, aangezien dit regelmatig aan de fiscus moet worden overgelegd. Het contract moet dus vooraf correct zijn afgesloten en aan iedere vergelijking met derden standhouden. Zeer belangrijk daarbij is dat het contract precies zo wordt nageleefd zoals het werd afgesloten, anders dreigen al snel problemen, bijvoorbeeld wanneer men bij de terugbetaling „slordig“ te werk gaat. Mocht er behoefte aan wijziging bestaan, dan moet het contract onmiddellijk na voorafgaande afstemming met de Steuerberater worden aangepast, anders dreigt zeer snel de verkapte winstuitkering.
Vervolgens rijst de vraag of het bij de lening om eigen of vreemd vermogen gaat. Balanstechnisch gaat het om vreemd vermogen. Door zijn positie heeft de aandeelhouder echter een aanzienlijk dieper inzicht in de onderneming en daarmee ook meer invloedsmogelijkheden op het gebruik van het krediet dan de „normale“ schuldeiser. In zoverre is de aandeelhouderslening geen volledig „normaal“ vreemd vermogen. Gaat de onderneming failliet, dan geldt de aandeelhouderslening als eigen vermogen. In zoverre treft waarschijnlijk eerder de uitspraak van velen toe, die een aandeelhouderslening beschouwen als een soort mengvorm.
In geval van insolventie worden normaal gesproken vorderingen van leninggevers vóór die van aandeelhouders voldaan, voor zover de boedel dit toelaat. Bij de aandeelhouderslening is dat in de crisis – om precies te zijn in het faillissement – echter anders. De betreffende Insolvenzordnung behandelt deze dan als eigen vermogen.
Met betrekking tot deze lening zijn aandeelhouders automatisch achtergestelde schuldeisers in de laatste rang. Daarvoor zou dus geen achterstellingsovereenkomst hoeven te worden afgesloten. Een uitzondering geldt bij verwerving van aandelen bij dreigende of ingetreden betalingsonmacht. Hierover moet echter in ieder geval vooraf het advies van een Rechtsanwalt worden ingewonnen.
Eveneens zijn in principe leningen van een niet-bestuurder zijnde minderheidsaandeelhouder met maximaal 10 % belang niet achtergesteld. Onafhankelijk van hoe stemrecht of winstdeling zijn vormgegeven.
Heeft de onderneming vóór een faillissement een aandeelhouderslening terugbetaald, dan kan de terugbetaling onder bepaalde voorwaarden door de curator worden aangevochten. Dat geldt ook wanneer de onderneming zich op het tijdstip van terugbetaling nog helemaal niet in een crisis bevond.
Mocht de koop of verkoop van aandelen in een kapitaalvennootschap met bestaande aandeelhoudersleningen gepland zijn, dan dient absoluut vooraf een gesprek met de Rechtsanwalt als deskundige te worden gezocht, om de problematiek van de latere terugvordering te vermijden.
Eigenvermogenvervangende aandeelhoudersleningen waren lange tijd ook een populair middel om in een crisis voor meer eigen vermogen in de onderneming te zorgen. Volgde later toch het faillissement, dan konden in ieder geval de dreigende verliezen fiscaal worden opgevoerd. Hierover bestaan echter al jaren heftige discussies en daarmee een grote rechtsonzekerheid. Een procedure bij de BFH is aanhangig, het laatste woord is dus nog niet gesproken.
Mocht de ondernemer over een eigenvermogenvervangende lening nadenken, dan geldt ook hier: absoluut vooraf het gesprek met de Steuerberater en Rechtsanwalt zoeken.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Wat is een Gesellschafterdarlehen (aandeelhouderslening) en wie kan deze verstrekken?
Een Gesellschafterdarlehen is een lening die een vennoot aan zijn kapitaalvennootschap (bijv. GmbH) verstrekt. De lening valt onder de bepalingen van het Duitse Bürgerliches Gesetzbuch en omvat een terugbetalingsverplichting van de schuldenaar. Zolang de vennootschap niet in financiële moeilijkheden verkeert, mag zij de lening als een gewone verplichting terugbetalen. Deze financieringsvorm is voorbehouden aan kapitaalvennootschappen.
Wanneer dreigt bij een aandeelhouderslening een verkapte winstuitkering?
Een verkapte winstuitkering dreigt wanneer de lening niet onder marktconforme voorwaarden wordt afgesloten. Het Finanzamt toetst met name het rentepercentage en de aflossingsafspraken. Zijn de voorwaarden te gunstig of ongebruikelijk, dan telt de belastingdienst de betaalde rente weer bij de winst op en heft belasting na als bij een winstuitkering. Bovendien moet de overeenkomst exact worden nageleefd zoals zij is gesloten.
Geldt een aandeelhouderslening op de balans als eigen of vreemd vermogen?
Op de balans wordt het als vreemd vermogen aangemerkt. Vanwege het diepere inzicht en de invloedsmogelijkheden van de aandeelhouder wordt het echter vaak als mengvorm beschouwd. In geval van insolventie behandelt het Duitse insolventierecht de aandeelhouderslening als eigen vermogen, waardoor de aandeelhouder automatisch achtergestelde schuldeiser in de laatste rang is.
Welke risico's zijn er bij de terugbetaling van een aandeelhouderslening vóór een insolventie?
Heeft de onderneming een aandeelhouderslening vóór een insolventie terugbetaald, dan kan de curator de terugbetaling onder bepaalde voorwaarden aanvechten. Dit geldt ook wanneer de onderneming op het moment van de terugbetaling nog niet in een crisis verkeerde. Daarom is voorzichtigheid geboden bij aflossingen, vooral in economisch moeilijke fasen.
Zijn er uitzonderingen op de achterstelling van aandeelhoudersleningen in een faillissement?
Ja, leningen van een niet-bestuurende minderheidsaandeelhouder met een belang van maximaal 10% zijn in beginsel niet achtergesteld, ongeacht stemrecht of winstdeling. Een andere uitzondering betreft de verwerving van aandelen bij dreigende of ingetreden betalingsonmacht. In dergelijke gevallen is het raadzaam vooraf juridisch advies in te winnen.