De aftrek van beroepskosten ter werkelijke hoogte bij inkomsten uit vermogen is op verzoek mogelijk in gevallen waarin het reguliere inkomstenbelastingtarief reeds met inachtneming van de spaarders-forfaitaire aftrek onder het bronbelastingtarief van 25% ligt. Het Finanzgericht Baden-Württemberg stelde een oudere dame in het gelijk (uitspraak van 17.12.2012, AZ 9 K 1637/10): in beginsel is de aftrek van beroepskosten bij de bronbelasting weliswaar uitgesloten (spaarders-forfait 801,– EUR). Volgens het FG is dit absolute aftrekverbod echter ongrondwettig in gevallen waarin het reguliere belastingtarief reeds bij uitsluitende inachtneming van het spaarders-forfait onder het bronbelastingtarief van 25% ligt en feitelijk hogere beroepskosten zijn gemaakt. De dame was in de berechte zaak om gezondheidsredenen niet meer in staat haar vermogen te beheren en had daarom een gevolmachtigde met het beheer belast, waarvoor kosten ontstonden die boven het spaarders-forfait uitgaan. De Belastingdienst wilde deze beroepskosten niet erkennen. In dergelijke gevallen is het aan te raden bezwaar in te dienen onder verwijzing naar deze uitspraak. De cassatie bij de BFH is overigens toegelaten, aangezien de zaak van principiële betekenis is (AZ VIII R 13/13).
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Kunnen bij inkomsten uit kapitaal werkelijke verwervingskosten boven het Sparer-Pauschbetrag (forfait voor spaarders) worden afgetrokken?
In beginsel is de aftrek van werkelijke verwervingskosten bij inkomsten uit kapitaalvermogen uitgesloten, omdat met het Sparer-Pauschbetrag van 801 EUR alle verwervingskosten zijn afgedaan. Volgens een uitspraak van het FG Baden-Württemberg (9 K 1637/10) kan in uitzonderingsgevallen echter een aftrek van de werkelijke kosten mogelijk zijn, namelijk wanneer het individuele belastingtarief, ook met inachtneming van het forfait, onder het Abgeltungsteuer-tarief van 25 % ligt.
Wanneer is het aftrekverbod voor verwervingskosten bij de Abgeltungsteuer volgens het FG ongrondwettig?
Het FG Baden-Württemberg beschouwt het absolute aftrekverbod als ongrondwettig wanneer het tariefmatige inkomstenbelastingtarief van de belastingplichtige reeds bij toepassing van uitsluitend de Sparer-Pauschbetrag onder 25 % ligt en daadwerkelijk hogere verwervingskosten zijn gemaakt. In die gevallen leidt het verbod tot een onevenredige benadeling ten opzichte van het Abgeltungsteuer-tarief.
Welke Werbungskosten waren in de zaak voor het FG Baden-Württemberg in geschil?
Een oudere dame was om gezondheidsredenen niet meer in staat haar vermogen zelf te beheren en gaf een trustee opdracht. De daarmee samenhangende beheerkosten overschreden het Sparer-Pauschbetrag (forfaitaire spaardersaftrek) aanzienlijk. Het Finanzamt (Duitse belastingdienst) weigerde de aftrek, terwijl het FG de kosten wel als aftrekbaar erkende.
Hoe moeten betrokkenen handelen wanneer de aftrek van beroepskosten bij kapitaalinkomsten wordt geweigerd?
Betrokkenen dienen bezwaar aan te tekenen tegen de belastingaanslag en zich te beroepen op de uitspraak van het FG Baden-Württemberg (9 K 1637/10) alsook op de bij het BFH aanhangige revisieprocedure (VIII R 13/13). Zo kan de aanslag procedureel openblijven tot aan de uitspraak van de hoogste rechter.
Is er beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het FG Baden-Württemberg over de aftrek van beroepskosten?
Ja, het beroep in cassatie (Revision) is toegelaten vanwege het principiële belang van de rechtsvraag. De procedure is aanhangig bij het BFH onder dossiernummer VIII R 13/13, zodat een definitieve uitspraak van de hoogste rechter nog uitstaat.